Poëzieraadsel 5

Heelal

Er was een knal,
zei grote moeder,
een knal en een heelal.

De vonken vlogen in het rond,
o was me dat een knal,
de brokken zwiepten door ’t heelal.

En toen de knal
eindelijk was vergeten,
ontstonden sterrenbeelden 
en planeten.

Zo is het ooit begonnen,
zei grote moeder,
helemaal in het begin,
zoals de letters
samenkomen tot een zin.

-Geert De Kockere-




Mooi, hè, hoe het ontstaan van ons giga-heelal wordt vergeleken met de geboorte van een gedicht. Schitterend toch, hoe de dichter erin slaagt iets puur wetenschappelijks toch een poëtisch rokje aan te meten.

We kregen, tussen alle – al even ‘giga’- inzendingen in, een schitterende reactie in onze mailbox. Een magnifieke melding van meester Maarten uit Moen (over alliteraties gesproken…): “Zoals u vaststelt kunnen we ons niet langer aan één of twee woorden houden... het poëtisch vuur is aangewakkerd en raakt niet meer geblust...” Megamagische meester Maarten, daar worden wij hier bij VAN IN intens gelukkig van!

Sommigen gingen wat ontstond, hier op aarde zoeken en kwamen aandraven met ‘dino’s’, ‘fauna’, profeten’, ‘oermensen’ of ‘bloemen’. Een inventieve poging maar gezien de link met de oerknal, niet helemaal correct.

Velen zochten het in bovenaardse krachten en mysterieuze planeetbewoners die het heelal op eigenzinnige wijze bevolken: ‘marsmannetjes’, ‘aliens’, ‘ufo’s’ en ‘ruimtewezens’ waren alom tegenwoordig, gelukkig alleen in lettervorm.

Verheugd waren we te lezen dat jullie de grappen en de grollen uit jullie mouw blijven schudden. Die glimlach bij het vallen van de avond doet wonderen: ‘geparfumeerde kometen’, ‘milkshakes’, ‘ruimtedino’s’, ‘spikkelijsjesscheten’ en ‘spaghettislingers’ voegden hun dosis hilariteit aan de woordenlijst toe. Met oprechte dank.

En of er poëzie was? Oordeel zelf maar: ‘een regen van kometen’, ‘nachtmerriesdwaalspoor’, ‘Sti-Sta-sterren’ en ‘poëten’.

De duim van vandaag steken we op voor deze vondst: ‘zitzak rits rats pits pats plof pop sterenhemelen’. Jaja, we weten wel dat het ritme helemaal geen kant meer uit kan, zo, maar als je die niet eerbiedig een bergje aandacht schenkt, dan ben je gek, toch?

En dan nu. Gedag. Of genacht … want het zal duister zijn, zo zonder poëzie.

Dank je wel voor elke zin, elke letter.
En misschien, wie weet, tot woord!

poezieweek-dag-5-SO-1

Poëzieraadsel 4

P. lag in de knoop
met zichzelf
en vroeg of ik die soms
ontwarren kon.

Ik hield z’n hoofd wat schuin,
schoof de ene gedachte
onder de andere door,
trok aan een eindje
van een versleten idee,
knipte oude banden door,
trok hier en daar
een vreemde kronkel recht
en streek tenslotte
alle plooien glad.

Alsjeblieft, zei ik.
Zalig! riep P. Zalig!
Maar wie
was jij ook alweer?

-Geert De Kockere-



P. … die P. Helemaal in de knoop. En wie kan hem beter helpen dan ik? Alles wat P. ooit heeft gedacht of gevoeld moet ik op een net rijtje zetten om zo wat orde op zaken te stellen in zijn hoofd. Wat ik niet wist? Of vergat? ‘Ik’ daar ergens voor-, middenin of achteraan een plek te geven. 

Omdat het in het gedicht echt gaat over wat P. aan gedachten en emoties heeft verzameld, zijn voorwerpen niet zo goed gevonden: een ‘tuinslang’ of ‘gordijnkoord’, een ‘haarsprietje’ of ‘veterschoen’ zijn wel originele vondsten, maar duwen het gedicht eigenlijk verder weg van de diepe symboliek.

Niettemin waren de inzendingen die wel een magnifieke plek in het gedicht zouden kunnen veroveren geniaal! En poëtisch bovendien. 

Velen probeerden de juiste oplossing te vinden door te rijmen op ‘eindje’ uit de vorige regel. Op zich geen slecht idee! Al was het wel onze bedoeling jullie met het gedicht te laten zien dat rijm niet altijd hoeft om een reeks woorden tot poëzie te breien. Dit waren echter juweeltjes: ‘doordenklijntje’, ‘geheugentreintje’ en ‘hersentierlantijntje’. Verder werd er op ‘door’ gerijmd wat deze kanjers opleverde: ‘dagboekezelsoor’, ‘nachtmerriedwaalspoor’ en ‘metafoor’. 

Andere klassen gooiden het over een heel andere boeg en creëerden pure emotie met hun keuzes: ik trok aan een eindje van een versleten ‘relatie’, ‘kinderdroom’, ‘plagerij’ en ‘dagdroom’. Magnifiek want dat is poëzie: de fantasie van de lezer op full speed laten draaien. 

De mooiste inzending was voor ons deze: ik trok aan een eindje van een versleten O. En wat je daar allemaal kunt bij verzinnen! Oh, oh, oh … 

Tot morgen. De laatste al …

 

poezieweek-dag-4-SO-1

Poëzieraadsel 3

Soms is iemand buitengewoon,
ook al denk je van niet.
Het zit onder een laagje vel.
Het is iets wat je niet ziet,
maar het is er wel.

En soms komt het eruit,
vanzelf of van het krabben.
Dan breekt het uit,
komt het los,
floept het aan.

Druppelsgewijs 
of als uit een vulkaan.

-Geert De Kockere-



Dit gedicht mept je eigenlijk van de eerste letter af met de boodschap om de oren. Het smeekt je bijna om iedereen te zien in zijn diepste ‘ik’, om op zoek te gaan naar wie en hoe iemand echt is, ook al durft die ander daar niet altijd voor uitkomen. 

Het is net daarom dat wij alle inzendingen die de link legden naar puistjes, etter, pus en pukkels een beetje ontmoedigend vonden. Ze gaan voorbij aan wat we vandaag beoogden: pesten een halt toe roepen. Grappig waren ze natuurlijk wel, dat mag niet ontkend! 

Wauw voor wie naar de diepte van het gedicht durfde te graven. Velen zagen ook de tegenstelling tussen de twee laatste versregels. Daarom vinden wij deze vondsten werkelijk fenomenaal: ‘als een piepklein vlammetje’, ‘bloed, zweet een kindertraan’, ‘geruisloos’, ‘soms rustig met een traan’ en ‘tergend traag’. 

Helemaal overdonderd werden we door de klassen die bovenop de boodschap ook nog eens wat poëziepoeder strooiden. Ik denk dat jullie de wereld bewijzen hoe veel pracht en woordenschoon er in het hart van een kind kan leven. Daarom onze welgemeende ‘Yeah’ voor deze pareltjes: ‘woordenachtbaan’, ‘wildwatertraan’, ‘slakachtigstilaan’, ‘miezemuisstilletjes’, ‘modderschuivendlangzaamaan’ en ‘zoetjesaangarend’. Hoera voor al dat woordenschoon, gillen wij hier dan! 

We zijn in de wolken! Jullie vinden het belangrijker om met poëzie te strijden dan met woorden of met hier en daar een mep. Volhouden, hè, vriendschap is duizendmaal mooier dan haat!

 

poezieweek-dag-3-SO-1

Poëzieraadsel 2

Twee giraffebra’s
en drie krokodolifanten
stonden in een dierentuin
(en ook in alle kranten)
op hun gemak te lanterfanten.

Wat was dat bijzonder,
een dierenwereldwonder,
een mirakel van formaat!

Of misschien wel doodgewoon
een kind met fantasie?
Ja, je wéét
hoe dat in kranten gaat.

-Geert De Kockere-



Suptastich! Hilaribliem! Sublarisch! Heerlitterend! Schitterlijk!

We hadden stiekem gehoopt op magnifieke creaties en enkele zelfgemaakte woorden. Wat we kregen was een vulkaan aan dichterlijke vrijheid. Wat zijn we opgetogen met het feit dat er zo veel aankomende dichters op de schoolbanken zitten. Of zijn het jullie leerkrachten die de genialiteit nabij zijn? We laten het in het midden … Vecht het maar (op poëtische wijze, weliswaar) uit.

Het gezochte woord is ‘dierenwereldwonder’, zes lettergrepen die zorgen dat het ritme van het gedicht blijft ‘hoppen’. Je kan het gedicht haast dansen of zingen omdat er zo veel denkbeeldige sprongetjes in zitten.

Net om die reden vinden we de korte inzendingen zoals ‘reus’, ‘beeld’, ‘feit’ en ‘kloon’ niet echt ‘van formaat’.

Eigenlijk zijn alle woorden die op –onder eindigen goeie inzendingen omdat het rijmschema gerespecteerd wordt. Sta ons echter toe deze pareltjes even te vermelden: ‘kronkelidonder’, ‘megazizodonder’, ‘schittertastisch wonder’, ‘goedgevonder’ en ‘wonderuitzonder’.

Sommigen rijmden op het woord ‘formaat’ uit de volgende regel, wat op zich wel kan, maar iets minder goed bekt. Toppers in die categorie: ‘babynijlprimaat’, ‘prima-tomaat’en ‘cartoonaat’.

Bedankt voor jullie inzendingen! Maandag komt er een ingetogen gedicht waarmee we poëtisch het pesten in de kiem willen smoren. Hopelijk laten jullie dan je tanden zien en roepen jullie dichtend pesten mee een halt toe!
 

poezieweek-dag-2-SO-1

Poëzieraadsel 1
Hij zag iets
en wist niet wat het was.
Het kon een goudvis zijn,
waaraan kop noch staart.
Of een ballon,
iets van niets in het begin.
Een dinosaurus misschien.
Of een muts van een kardinaal.
Het was niets
en het was het allemaal.

-Geert De Kockere-




Er werd gegist.
Er werd geraden.
Er kwamen woorden en zinnen,
er kwam poëzie. 

Enkele klassen kozen voor het woord ‘eitje’ … een knappe vondst! Een eitje is ook piepklein in het begin en groeit uit tot een mens met armen, benen en zo nu en dan een vleugje poëzie. 

Vandaar dat ook ‘zaadje’ een goeie keuze was. Beide woorden bestaan uit twee lettergrepen en passen daarom ook wonderwel in het gedicht. 

Uiterst origineel vonden we de inzending ‘0’ of ‘nul’, vooral omdat de link met ‘niets’ er is en omdat de alliteratie van de ‘n’ heel mooi klinkt. 

Petje af ook voor de klas die op het woord ‘zin’ kwam. Jullie dachten aan rijm binnen het gedicht en deden de poëzie alle eer aan op deze gedichtendag. Elk gedicht wordt geboren als iets van niets in het begin: een letter, een woord, een zin. Knap! 

De woorden ‘dikkopje’, ‘pantoffeldier’, ‘verbeelding’ en ‘voorliefde’ zijn op vlak van de betekenis goed gevonden, maar omdat ze uit drie of vier lettergrepen bestaan staan ze iets minder goed in het gedicht. 

We stonden versteld van hoe origineel jullie uit de hoek kunnen komen! Daarom onze welgemeende felicitaties voor de klassen die deze woorden en woordgroepen bedachten: ‘baardenpaard’, ‘Colomaro’, ‘driehoekdier’, ‘golfwolf’, ‘ietsiepietsie brein’, ‘krokofoon’, ‘rode afwasschoen’, ‘kadriezangerin’ en ‘staartenpaard’. 

Ze zijn misschien iets minder geschikt binnen het metrum van dit gedicht maar ze blaken wel van de fantasie … en geef nu toe, wat is er poëtischer dan een stevige brok verbeelding? 

Dank je wel voor zoveel respons op de mooiste dag van het jaar! We kijken al uit naar de inzendingen van morgen.

poezieweek-dag-1-SO-1