opstap_5
Veelgestelde vragen Opstap Taalscreening

1. Wat meet de toets?
De toets gaat na in hoeverre leerlingen aan het begin van het secundair onderwijs de nodige taalcompetenties hebben om optimaal te functioneren op school. Concreet focust de toets op mondelinge en schriftelijke informatieverwerking in de verschillende vakken van het eerste jaar van het middelbaar onderwijs. 

2. Hoe werd de validiteit en betrouwbaarheid van de toets verzekerd? 
De ontwikkelingsprocedure van Opstap is verlopen conform de algemene standaarden voor toetsontwikkeling. Meer specifiek werden de verschillende stappen van doelenselectie, toetsontwikkeling, pilootafname en analyse, en cesuurbepaling doorlopen. Tijdens elk van deze fases werd bovendien de input van een leerlingengroep en van toetsexperten en experten uit het onderwijsveld meegenomen om op die manier te komen tot een representatief, betrouwbaar en valide instrument.

3. Hoe interpreteer je lage scores bij leerlingen? 
Niet alle leerlingen zullen de vooropgestelde cesuur halen: er zullen altijd leerlingen zijn die niet over de taalcompetenties beschikken die de experten noodzakelijk achten om probleemloos talig te functioneren in het eerste leerjaar van het secundair onderwijs. Een score onder de cesuur betekent echter niet dat deze leerling het slecht doet in het eerste leerjaar, of zelfs niet dat deze leerling ‘taalarm’ genoemd kan worden.

Experten legden heel bewust de lat vrij hoog. Met deze hoge cesuur wilden de experten het signaal geven dat er in een eerste middelbaar heel wat verwacht wordt van leerlingen op vlak van informatieverwerking en wilden zij een alertheid voor talige drempels genereren. Bovendien gaven de experten tijdens de cesuurbepaling aan dat zij de lat voldoende hoog gelegd hebben om op die manier ‘vals positieven’ te vermijden, i.e. om te vermijden dat leerlingen niet opgemerkt zouden worden die wel problemen ervaren om de talige informatie te verwerken die op hen afkomt in het eerste jaar.

4. Hoe belangrijk is de voorgestelde tijdslimiet waarbinnen de toets moet afgelegd worden?
Leerlingen van de A-stroom kunnen in principe elk deel afleggen in 40-45 minuten. Dit is een haalbare inschatting als de inlogprocedure normaal verloopt (als inloggen pakweg al 15 minuten lestijd in beslag neemt, is het normaal dat de leerlingen de test niet rond krijgen op een lesuur). Een tijdslimiet maakt het mogelijk om een screening gestandaardiseerd te laten verlopen, en draagt op die manier bij aan de betrouwbaarheid van de resultaten. Voor leerlingen uit de erg heterogene B-stroom werd geen tijdslimiet gehanteerd. 

5. Verandert de toets volgend schooljaar (2019-2020)?
De inhoud van de toets wijzigt niet. Op deze manier blijven ook de betrouwbaarheidsanalyses en de resultaten gelden.  Enkel op technisch vlak worden enkele verbeteringen aangebracht (zie volgende vraag).

6. Hoe verloopt de inlogprocedure? 
De toets onderging een aantal technische optimalisaties. Zo wordt het vanaf volgend schooljaar mogelijk om ook via Smartschool in te loggen. Daarnaast wordt ook de verwerking en de weergave van de resultaten geoptimaliseerd. 

7. Komt er een opvolgtoets op het einde van het schooljaar?
Een opvolgtest is er op dit moment niet; het is ook niet onze bedoeling om zo’n effectmeting te ontwikkelen. We willen vermijden dat een taalvaardigheidstoets zou ingezet worden als instrument om de leerlingen wel of niet te laten overgaan naar een volgend jaar. Met andere woorden: we zetten liever in op een gerichte screening gekoppeld aan handvatten voor een goede klaspraktijk.