Wiskunde en de onderwijshervorming

Aan het woord Bart, onze uitgever wiskunde.


Wat betekent de onderwijshervorming voor het vak wiskunde?

Bart: “Aan wiskunde verandert natuurlijk weinig. 1 + 1 = 2. Dat blijft zo. Ook de volgorde van de bewerkingen blijft behouden, en zo kan ik nog wel een tijdje doorgaan. Er zijn wel enkele nieuwe leerinhouden die aan de eindtermen werden toegevoegd, zoals begrippen uit de verzamelingenleer. Dat zijn nieuwe, abstracte begrippen. Die moeten aangebracht worden waar het kan. Dat lijken me eerder kleine aanpassingen. De nieuwe rubriek ‘Data en onzekerheid’ is wel goed voor een nieuw hoofdstuk. Laat ons zeggen dat de inhoud van het vak wiskunde al bij al voor 90 % tot zelfs 95 % hetzelfde blijft.”


Bart_portret_web

“Dat betekent niet dat de onderwijshervorming geen gevolgen heeft voor het vak wiskunde. Er zijn heel wat andere zaken die wel veranderen. De evolutie van de laatste jaren waarbij men steeds meer oog heeft voor de context, wordt bijvoorbeeld verder doorgetrokken. Wiskunde om de Wiskunde (met hoofdletter) verdwijnt verder naar de achtergrond. Het mag echter niet volledig verdwijnen. We hebben in de toekomst nog sterke wiskundigen nodig, en het is dus zeker niet slecht om de leerlingen van die Wiskunde te laten proeven.”

“De context wordt nog belangrijker, omdat het belang, het waarom, van wiskunde duidelijk moet zijn. De samenhang van verschillende leerinhouden, ook over verschillende vakken, wordt veel belangrijker. Het belang van context en samenhang wordt misschien niet onmiddellijk gelinkt aan de hervorming, maar komt toch vaak naar boven als de nieuwe leerplannen besproken worden. Het past in het bredere kader van de eindtermen, die gebaseerd zijn op zestien competenties. Een wiskundeleerkracht zal ook aan andere competenties moeten werken, zoals leren leren, ICT-vaardigheden en dergelijke.”

“De belangrijkste gevolgen voor de wiskundeleerkracht liggen mijns inziens echter meer in de veranderende omstandigheden. De brede eerste graad zal wellicht voor meer gediversifieerde klassen zorgen, waar meer differentiatie en remediëring gevraagd worden. De scholen zijn erg vrij hoe ze die uitdaging zullen aanpakken. Scholen en leerkrachten worden aangemoedigd om het zogenaamde eigenaarschap op te nemen.”

 

Wat betekent dat concreet voor onze reeksen?

Bart: “We moeten leermiddelen aanbieden waarmee de leerkracht dat eigenaarschap kan opnemen. Dat gaat ten eerste al verder dan enkel een boek. Daar hoort ook een goed uitgebouwd leerplatform bij. Het boek en het platform moeten samen een solide basis vormen waarop de leerkracht kan steunen om zijn leerlingen te geven wat ze nodig hebben. Ik denk dan aan een erg uitgebreid pakket oefeningen op verschillende niveaus waarmee de leerstof vastgezet kan worden, maar ook aan oefeningen specifiek om te remediëren of de leerling verder uit te dagen, of aan instructiefilmpjes waarmee de leerling zelf aan de slag kan.”

“Een goede, duidelijke structuur is daarbij cruciaal. Het spreekt dus voor zich dat de nieuwe leerinhouden geïntegreerd worden in die structuur. Ook aan de bijkomende competenties moet gewerkt worden binnen die structuur. Eigenlijk komt het erop aan dat we al het goede van onze reeksen bewaren en aanvullen en verbeteren waar het kan. Op die manier kan de leerkracht steunen op vertrouwde zaken om de nieuwe uitdagingen aan te gaan. Hoe we dat concreet aanpakken, leggen we graag uit tijdens onze infosessies.”


Lees hier meer over wiskunde en de infosessies >