Clip: hoe ga je aan de slag volgens de principes van de EDI didactiek in Rekenroute?

Expliciete Directe Instructie (EDI) is een didactisch model waarbij je de leerstof op een duidelijke en gestructureerde manier aanbiedt, waardoor je leerlingen deze beter begrijpen en verwerken. 

In dit artikel bekijken we hoe je in Rekenroute aan de slag gaat volgens de principes van de EDI didactiek.

  • We tonen eerst hoe je relevante schoolse voorkennis activeert. 
  • Daarna belichten we hoe je het lesdoel kunt delen op kindniveau. 
  • Ten slotte zie je hoe de lessen en oefenvormen van Rekenroute zich lenen tot een leerkrachtgestuurde aanpak, met geleidelijke opbouw naar zelfstandige verwerking.  

 

Graag een filmpje? Bekijk dit onderwerp via Clips voor leerkrachten:

Schoolse voorkennis activeren

Elk blok start met een instaplesIn deze les ligt de focus op het activeren van schoolse voorkennis.  Je vertrekt vanuit wat leerlingen al kennen en kunnen, en legt zo een stevige basis voor de leerstof van het nieuwe blok.  

 

 

In de handleiding vind je een speelse inkleding voor deze les. Je kiest zelf hoe je die invult, met de speelse aanpak of liever exclusieve focus op de oefeninhoud.

 

Ook in de startfase van elke basisles activeer je de relevante schoolse voorkennis die nodig is om bij alle leerlingen de juiste kennis op te roepen zodat er verder in de les op voortgebouwd kan worden.

 

Het lesdoel formuleren

In het begin van de les benoem je het lesdoel op kindniveau. Zo weten leerlingen meteen waar ze naartoe werken. Dit lesdoel kun je projecteren via de voorziene slide in de bordles in je bordboek.

 

 

De titel van elke les geeft steeds het focusdoel weer. 

 

 

De lesdoelen vinden je leerlingen vanaf het tweede leerjaar ook terug op het einde van de les in hun werkschrift in het kader “Wat heb ik geleerd?”.

 

  

Vaak is er een bijhorende kennisclip waarmee je leerlingen ook zelfstandig de leerstof kunnen herhalen bv voor een toets of een huistaak. 

Instructie 

Tijdens de instructie doe je stap voor stap voor …. en je verwoordt je handelingen. 

Je focust hierbij op de verschillende denkstappen. 

 

 

Leerlingen zien dus niet alleen wat ze moeten doen, maar ook hoe. Dit modelleren is één van de centrale principes van EDI. 

 

Tijdens de kernfase zorg je ervoor dat alle leerlingen geactiveerd worden door hen constant te betrekken. Dat kan tijdens een onderwijsleergesprek, door het werken in duo of in groep, met wisbordjes enz.  

 

 

De onthoudkaders in het werkschrift helpen leerlingen om de kern van de leerstof vast te houden. 

 

Zo voorzien we een stapsgewijze overgang van demonstreren door de leerkracht (ik-fase) naar het uiteindelijk zelfstandig aan de slag gaan door de leerlingen (jij-fase).

Controle van begrip 

Je controleert voortdurend of je leerlingen de leerstof beheersen. Zo worden fouten snel opgespoord en gecorrigeerd voordat ze inslijpen. 

 

 

Dit kun je doen op verschillende manieren: 

  • door hen aan te duiden in willekeurige beurten en niet alleen wie enthousiast zijn vinger opsteekt;
  • met wisbordjes.

In de handleiding vind je hiervoor telkens de nodige ondersteuning.