Wat zijn de grootste verschillen tussen 'ik lees met hup en aap' en 'Taaltoer - ik lees met hup en aap'?

  • De methode is afgestemd op de nieuwe minimum- en leerplandoelen, met de nodige aanpassingen in de leerlijnen van de verschillende taaldomeinen.

  • In de nieuwe methode is er meer ruimte voor functionele taalvaardigheid (begrijpend lezen/luisteren, creatief met taal, schrijven om te delen/leren en mondelinge interactie) en taaldenken. In de tweede helft van het schooljaar komt tekstbegrip nog meer op de voorgrond. 
  • Literatuur heeft een belangrijke plaats in de herwerkte methode, met themaverhalen van bekroonde auteurs die niet langer enkel over de sleutelpersonages aan. Bovendien zet de methode sterker in op authentieke bronnen die aansluiten bij het thema, zoals gedichten, videoreportages, reclame … 7 van de 8 thema’s sluiten voortaan aan bij de zaakvakken (en de methode Wereldwijzer), zodat je kennisrijke verbanden kan leggen. Dat merk je aan de themaverhalen, maar ook aan de teksten in het leeswerkschrift en vooral in de taalvaardigheidslessen. 
  • Door nog meer in te zetten op convergente differentiatie wordt je klasmanagement eenvoudiger. We voorzien 2 in plaats van 3 sporen bij de eerste 4 thema’s, maar in elk leeswerkschrift is er voldoende ruimte voor uitdaging. Waar mogelijk houden we de klasgroep langer samen, door bijvoorbeeld samen te lezen op verschillende niveaus.Achteraande leeswerkschriften vind je oefenblaadjes voor thuis, met bijkomende ondersteuning voor de ouders. 
  • Formatief en summatief evalueren wordt uitgebreid, met meer aandacht voor een goede afstemming tussen de les en het toetsmateriaal.  
  • Meer hupuurtjes zorgen voor nog meer kansen om te differentiëren 
  • De vormgeving werd vereenvoudigd: als een illustratie niet functioneel is, wordt ze geschrapt. Instructies vind je voortaan bovenaan de opdracht, zodat sterke leerlingen uitgenodigd worden om ze zelfstandig te lezen.  
  • De opdrachten in het leeswerkschrift worden niet langer per pagina, maar per les genummerd. De getalbeelden verdwijnen en enkel de cijfers blijven over,omdat deze volgens de nieuwe minimumdoelen al vanaf de 3e kleuterklas gekend moeten zijn. 
  • Het personage El is voortaan een jongen, zodat je leerlingen gemakkelijker het onderscheid kunnen maken tussen An en El.