Hoe versterken Wereldwijzer en Taaltoer elkaar?

Wereldwijzer en Taaltoer zijn leermiddelen voor aparte vakken, maar ze zijn inhoudelijk en didactisch op elkaar afgestemd zodat leerlingen binnen eenzelfde thema groeien in kennis, woordenschat en taalvaardigheid. Dit betekent overigens niet dat je verplicht bent om beide methodes te gebruiken, je kunt daarin volledig je eigen keuze maken.  

De samenhang tussen Wereldwijzer en Taaltoer zit in het gelijktijdig werken binnen een thema. Een thema in Taaltoer start met de introductie van een startzin, die gekoppeld is aan een startvraag in Wereldwijzer.  

 

Taaltoer: startzin: 

Wereldwijzer: startvraag: 

De thema’s zijn inhoudelijk en in timing op elkaar afgestemd, zodat leerlingen doorheen beide leermiddelen kennis en inzichten opbouwen die hen helpen om een antwoord te formuleren op die centrale startzin of startvraag. 

 

Taaltoer en Wereldwijzer werken daarbij met rijke authentieke teksten, maar dat zijn niet altijd dezelfde teksten. In Taaltoer lezen leerlingen fictie en non-fictie die gekozen zijn op basis van de voorkennis die ze al hebben opgebouwd in Taaltoer zelf of in de zaakvakken van het huidige of vorige leerjaar. Zo activeert Taaltoer bewust relevante voorkennis uit Wereldwijzer en andere vakken. Soms werken we met dezelfde tekst om kennis over een bepaald onderwerp verder uit te breiden. Dan wordt nieuwe inhoud gekoppeld aan voorkennis. 

 

Tegelijk werkt Taaltoer met themawoorden, terwijl Wereldwijzer inzet op begrippen. Die kunnen samen een plaats krijgen op één woordmuur, zodat leerlingen taal en kennis met elkaar verbinden. Hiervoor werden woord- en beeldkaartjes ontwikkeld. 

 

Kennisclips uit Wereldwijzer worden gebruikt in Taaltoer om schoolse voorkennis te activeren. 

 

Het themaverhaal in Taaltoer (L2-L6) sluit mooi aan bij het thema van Wereldwijzer. 

 

Voorbeeld Taaltoer 2 thema 1 (verhaal)
Voorbeeld Wereldwijzer 1 thema 2 (schema)

Ook op het vlak van vaardigheden versterken beide leermiddelen elkaar. In Taaltoer krijgen leerlingen voor taalvaardigheden, zoals schrijven, expliciete instructietijd binnen Nederlands. In Wereldwijzer komen die vaardigheden vervolgens terug als transferdoelen in betekenisvolle opdrachten. Zo worden verworven taalvaardigheden niet alleen herhaald, maar ook toegepast in een nieuwe context.  

 

Om de samenhang voor jou als leerkracht zichtbaar en werkbaar te maken, is er per thema een handige en overzichtelijke themafiche toegevoegd. 

 

Daarnaast vind je per les in je handleiding een verwijzing naar de transferdoelen taal: