Hoe zijn Taaltoer - ik lees met hup en aap en Wereldwijzer aan elkaar gekoppeld?

  • We bouwen verder op de schoolse voorkennis die leerlingen hebben opgedaan binnen de vakgebieden van het kleuteronderwijs. 
  • Elk thema start meteen themaverhaal dat aansluit bij de zaakvakken en richting geeft aan de taalvaardigheidslessen. Na het lezen van het themaverhaal,  introduceren we een startzin die je op het einde van het thema samen met de leerlingen aanvult. 
  • Aan de hand van woordkaarten (met een afbeelding, woordbeeld en lidwoord op de voorzijde en een verklaring en contextzin op de achterzijde) maken we de belangrijkste woordenschat zichtbaar in de klas. Per thema gaat het om15 tot 30 woordkaarten. Met de woordkaarten uit Taaltoer en Wereldwijzer kan je een gemeenschappelijke woordmuur bouwen. 
  • Voor het structureren van belangrijke informatie maken we in beide methodes gebruik van terugkerende visual organizers (tabel, woordspin en woordparaplu). 
  • Authentieke bronnen en nieuwe teksten voor vlot en vloeiend lezen sluiten aan bij het thema. 
  • Transferdoelen worden zowel binnen de zaakvakken als in de taallessen geïntroduceerd. Functioneel taalgebruik staat voorop in beide methodes.

 

In de handleiding zit bij elk thema een themafiche. Die duidt heel concreet en in detail de samenhang tussen Taaltoer en Wereldwijzer. Ze geeft een suggestie om de gezamenlijke woordmuur op te bouwen (waarbij duidelijk is welke woordenschat uit Taaltoer komt, welke uit Wereldwijzer en welke gemeenschappelijk is) en biedt een boekenlijst met fictie en non-fictie boeken die het thema nog kunnen verrijken.

 

Meer info over de themafiche vind je hier.