Hoe kun je met Wereldwijzer aan de slag in een graadklas?

Wereldwijzer is een kennisrijke methode voor aardrijkskunde, geschiedenis en wetenschap die in de basis is opgebouwd volgens een jaarklassensysteem. Dat betekent dat de thema’s, leerlijnen en materialen per leerjaar zijn uitgewerkt en sterk op elkaar voortbouwen volgens een kennisrijk curriculum.

 

Er zijn mogelijkheden om de thema’s anders te organiseren, bijvoorbeeld binnen een graadklassensysteem. Dat vraagt wel duidelijke afspraken binnen het schoolteam. Daarom reiken we twee mogelijke opties aan om in de eerste graad Wereldwijzer flexibel in te zetten. Tips voor de tweede en derde graad volgen later.

 

Elke optie heeft eigen voor- en nadelen. Een andere manier van werken vraagt extra afstemming en inspanningen van jou als schoolteam. Belangrijk om te weten: wanneer je Wereldwijzer organiseert volgens een graadklassensysteem, wordt de samenhang met Taaltoer minder sterk. In optie 1 is bij bepaalde thema’s nog wel de link te leggen met Taaltoer.

Optie 1

In deze optie maak je in het eerste jaar A kennis met Wereldwijzer en de drie vakdisciplines: aardrijkskunde, geschiedenis, wetenschap en techniek. Binnen deze optie kiezen we voor de inhouden die eenvoudiger te begrijpen zijn in jaar A, zoals de start van onderzoekend en ontwerpend leren, de levende natuur, techniek, de prehistorie en de start van de oudheid.

 

De drie vakdisciplines komen evenwaardig aan bod. In jaar B bouwen we qua moeilijkheidsgraad op en werken we voort op de voorkennis van jaar A. Ook op basis van schrijfvaardigheid hebben we keuzes gemaakt voor jaar A.

JAAR A JAAR B
Instapthema

AAR, GESCH, W&T: Kijk eens om je heen: kennismaking aardrijkskunde, geschiedenis, wetenschap en techniek (L1)

Herhaling van jaar A (herhalen m.b.v. oefeningen op Bingel, de kennisclips, de WW kleuterencyclopedie). Voor de instappers bouw je klassikaal voorkennis op.
W&T: Op onderzoek (L1) W&T: Over mijn lijf (L2)
W&T: Overal leven (L1) AAR: Wat een wereld (L1)
GESCH: Toen alles begon (L1) W&T: Op onderzoek (L2)
W&T: De natuur onder de loep (L2) GESCH: Heel lang geleden (L2)
W&T: Handen uit de mouwen (L1) AAR: Ontdek de aarde (L2)
GESCH: Hoe schrijven begon (L1) W&T: Sterk door techniek (L2)
AAR: Mijn buurt op de kaart (L2) GESCH: Zo gaat het verder (L2)

Opgelet

Over de 2 thema's geschiedenis in jaar B hebben de instappers nog geen voorkennis opgebouwd.

Wat met het lezen en schrijven in jaar B?

 

Nadeel van deze optie is dat de leerjaren niet evenwichtig verdeeld zijn.

 

In jaar B zijn de thema’s voor de instappers extra uitdagend op het vlak van lees- en schrijfniveau. De teksten die gebruikt worden in de thema’s van jaar B zul je zoveel mogelijk moeten voorlezen.

 

Opdrachten kun je door de leerlingen van het tweede leerjaar schriftelijk laten beantwoorden. Met de leerlingen van het eerste leerjaar ga je mondeling te werk. Je kunt de verwerkingsopdrachten ook in een heterogeen duo laten oplossen, met een leerling van het eerste en een leerling van het tweede leerjaar.

 

We hebben de thema’s in jaar B zo geschikt dat ze opbouwen op het vlak van schrijf- en leesvaardigheid.

 

De leerlingen van leerjaar 2 moeten voldoende uitgedaagd worden. Je kunt daarvoor de differentiatietips in onze handleiding gebruiken, bijvoorbeeld door hen begrippen zelf te laten schrijven bij de kennisschema’s.

 

Met deze aanpak behoud je de meeste linken met de taalmethode Taaltoer, al wordt die samenhang wel verstoord en loopt ze minder harmonieus.

Wat met de voorkennis?

 

Met deze verdeling krijg je mogelijk een verstoring in de doorgaande leerlijn. Zo ontstaan er in jaar B mogelijk hiaten binnen geschiedenis op het vlak van voorkennis. In de eerste drie tot vier lesweken kun je de voorkennis wel zo goed mogelijk activeren om daarna aan de slag te gaan met de thema’s van jaar B.

Voordeel van deze keuze voor het eerste leerjaar:

 

7 thema’s in plaats van 8 thema’s.

In jaar B heb je drie tot vier weken de tijd om voorkennis op te bouwen voor de instappers, doordat we in jaar A 8 thema’s in plaats van 7 thema’s hebben gegeven. Omdat we in ons eerste leerjaar met 7 thema’s werken in plaats van 8, heb je dit voordeel met Wereldwijzer in jaar B. Het geeft je als leerkracht de kans om de nodige voorkennis op te bouwen, bijvoorbeeld voor geschiedenis.

Optie 2

In deze optie werken we met clusters per vakdiscipline. In jaar A kun je werken rond aardrijkskunde en wetenschap (levende en niet-levende natuur). In jaar B werk je rond wetenschap (techniek en menselijk lichaam) en geschiedenis.

 

Met deze optie mis je geen noodzakelijke voorkennis. De voorkennis wordt over de twee jaar mooi opgebouwd.

 

In deze optie zijn de thema’s voor het eerste en het tweede leerjaar evenwichtiger verdeeld. De link met Taaltoer is niet meer haalbaar. Een nadeel is dat de vakdisciplines niet zo evenwichtig verdeeld zijn als in optie 1.

Opgelet

Opgelet voor schoolverlaters: leerlingen die de school na jaar A verlaten, hebben in dat schooljaar geen geschiedenis gehad. Daardoor missen ze mogelijk een deel van de voorziene leerlijn geschiedenis.

JAAR A JAAR B
Instapthema:

Kijk eens om je heen: les 4 (school- en thuisgemeente, het adres), les 5 (ruimtelijke indeling van een kamer, landschapselementen), les 6 (de maquette, ruimtelijke indeling)

Instapthema:

Kijk eens om je heen: les 2 (het menselijk lichaam), les 3 (de levenslijn, de levenscyclus), les 7 (grondstoffen en materialen), les 8 (instap geschiedenis, bronnen), les actualiteit (recyclage)

AAR: Mijn buurt op de kaart (L2) W&T: Handen uit de mouwen (L1)
AAR: Wat een wereld (L1) W&T: Sterk door techniek (L2)
AAR: Ontdek de aarde (L2) W&T: Over mijn lijf (L2)
W&T: Overal leven (L1) GESCH: Toen alles begon (L1)
W&T: De natuur onder de loep (L2) GESCH: Hoe schrijven begon (L1)
W&T: Op onderzoek (L1)  GESCH: Heel lang geleden (L2)
W&T: Op onderzoek (L2)  GESCH: Zo gaat het verder (L2)

Voordeel van deze keuze voor het eerste leerjaar:

 

7 thema’s in plaats van 8 thema’s.

In dit voorstel hebben we het instapthema opgesplitst. In jaar A bereiden we voor op aardrijkskunde en wetenschap (levende en niet-levende natuur), in jaar B op wetenschap (techniek en menselijk lichaam) en geschiedenis. Je hebt nog een tweetal weken over om te herhalen.

Wat met het lezen en schrijven?

 

In jaar A en B zijn de thema’s voor de instappers extra uitdagend op het vlak van lees- en schrijfniveau. De teksten die gebruikt worden in de thema’s van leerjaar 2 zul je zoveel mogelijk moeten voorlezen.

 

Opdrachten kun je door de leerlingen van het tweede leerjaar schriftelijk laten beantwoorden. Met de leerlingen van het eerste leerjaar ga je mondeling te werk. Je kunt de verwerkingsopdrachten ook in een heterogeen duo laten oplossen, met een leerling van het eerste en een leerling van het tweede leerjaar.

 

De leerlingen van leerjaar 2 moeten voldoende uitgedaagd worden. Je kunt daarvoor de differentiatietips in onze handleiding gebruiken, bijvoorbeeld door hen begrippen zelf te laten schrijven bij de kennisschema’s.

Wil je de thema’s laten opbouwen op lees- en schrijfniveau in plaats van clusters? Schik ze dan als volgt:

JAAR A JAAR B
Instapthema:

Kijk eens om je heen: les 4 (school- en thuisgemeente, het adres), les 5 (ruimtelijke indeling van een kamer, landschapselementen), les 6 (de maquette, ruimtelijke indeling)

Instapthema:

Kijk eens om je heen: les 2 (het menselijk lichaam), les 3 (de levenslijn, de levenscyclus), les 7 (grondstoffen en materialen), les 8 (instap geschiedenis, bronnen), les actualiteit (recyclage)

W&T: Op onderzoek (L1) W&T: Handen uit de mouwen (L1)
W&T: Overal leven (L1) GESCH: Toen alles begon (L1)
AAR: Wat een wereld (L1) GESCH: Hoe schrijven begon (L1)
AAR: Ontdek de aarde (L2) W&T: Sterk door techniek (L2)
AAR: Mijn buurt op de kaart (L2) W&T: Over mijn lijf (L2)
W&T: De natuur onder de loep (L2)  GESCH: Heel lang geleden (L2)
W&T: Op onderzoek (L2)  GESCH: Zo gaat het verder (L2)