Hoe toetsen we binnen ZOUFFF?

1 Eerst even dit ...

De vernieuwde toetsen van ZOUFFF! zijn al afgestemd op de nieuwe minimumdoelen en leerplannen, en ondersteunen scholen bij de geleidelijke overgang.

 

De nieuwe minimumdoelen Frans worden stapsgewijs ingevoerd. Scholen kunnen er nu al mee aan de slag gaan als aanvullende of schooleigen doelen. Tot de verplichte invoering blijven de huidige eindtermen het wettelijke referentiekader.

 

Misschien roept dat wel vragen op:

  • “Waarom zijn er geen B- en V-toetsen meer?”
  • “Waarom wordt er meer gevraagd van de leerlingen?”
  • “En welke mogelijkheden zijn er voor kinderen die extra ondersteuning nodig hebben?”

 

Laat ons vanaf nu vooral niet meer kijken naar hoe de toetsen vroeger waren, maar focussen op de nieuwe standaard en op hoe we leerlingen zo goed mogelijk begeleiden en evalueren.

 

Zoals jullie weten, komt er in alle vakken meer nadruk op basiskennis en basisvaardigheden. Voor Frans zijn de nieuwe minimumdoelen Frans opgebouwd rond luisteren, lezen, spreken, mondelinge interactie en schrijven. Die vaardigheden staan niet los van elkaar. Wie spreekt, gebruikt woordenschat en grammatica. Wie schrijft, doet een beroep op woordenschat, grammatica en lezen. Ook de communicatieve vaardigheden worden dus steeds verbonden met de kennis die leerlingen nodig hebben om Frans te begrijpen en te gebruiken.

 

De minimumdoelen Frans gelden als einddoelen op het einde van het zesde leerjaar. We behalen die niet bij de start van leerjaar 5. De Minimumdoelen bepalen ook niet dat elke school in elk leerjaar op precies dezelfde manier moet evalueren.

Scholen bepalen zelf hoe ze de doelen doorheen de lagere school opbouwen en opvolgen, binnen de kaders van hun leerplan. En wij bij ZOUFFF volgen jullie leerplannen, stap per stap, in die opbouw.

2 Praktisch: welke toetsen zijn er?

De Points de contrôle 1, 2 en 3 zijn er nog altijd. Ze maken deel uit van de evaluatieopbouw binnen ZOUFFF! en helpen je om de voortgang van je leerlingen op verschillende momenten in het parcours op te volgen.

De eerste Point de contrôle (PDC1) komt na de aanbreng en inoefening van de Vocabulaire. Het is een korte check op onze leerroute. Je krijgt zo zicht op wat de leerlingen al beheersen en waarop verdere inoefening nodig is. Hiervoor is binnen de toets zelf geen aparte differentiatie voorzien. Oefenen kan immers in zoveel vormen en met zoveel materialen: allemaal voorzien bij ZOUFFF!

 

De tweede Point de contrôle (PDC2) is een toets over zowel de Vocabulaire als de Grammaire en brengt verschillende vaardigheden samen. Het is een belangrijk checkpoint in het parcours, waarna de leerlingen nog beter voorbereid naar Arrivée kunnen gaan om toe te passen wat ze geleerd hebben.

 

De derde Point de contrôle (PDC3) is en blijft optioneel. Je vindt die op Bingel bij de laatste Mission van elke Cahier. De eventuele voorbereiding voor deze summatieve toets kunnen de leerlingen maken in de vernieuwde Destination.

 

Deze drie toetsmomenten zijn een keuze binnen de methode. De minimumdoelen schrijven niet voor dat scholen precies op deze momenten of met precies deze toetsvormen moeten evalueren. Je kunt het bereiken van de doelen ook opvolgen via betekenisvolle, communicatieve activiteiten, observaties, gesprekken en feedback. Zo kun je bijvoorbeeld een dialoog laten uitvoeren en daarbij gericht kijken naar woordenschat, grammatica, uitspraak enzovoort.

 

Alle Points de contrôle staan op Bingel bij de Missions, zowel in pdf als in een aanpasbare versie voor Word/Docs. Ze staan ook allemaal in het aparte bordboek, zodat je ze eventueel klassikaal kunt overlopen en/of verbeteren. De audiofragmenten vind je in het bordboek.

 

De achtergrond bij de toetsen en eventuele tips vind je in je handleiding. Ook de teksten van de fragmenten staan daar uitgeschreven.

3 Waarom zijn er geen B- en V-toetsen meer?

In de vorige editie lag de norm van de eindtermen en leerplannen in de B-toets. Veel leerkrachten gebruikten de V-toets daarnaast om sommige leerlingen extra uit te dagen of om bewust verder te gaan dan wat er minimaal verwacht werd.

 

Het grootste en meest zichtbare verschil tussen die twee versies zat in het kadertje met woorden om uit te kopiëren.

 

De nieuwe doelenset legt sterk de nadruk op het actief verwerven en gebruiken van basiswoordenschat. Foutloos kopiëren is daarbij niet hetzelfde als zelfstandig taalgebruik. Waar schrijven deel uitmaakt van het doel, is het belangrijk dat leerlingen de aangeleerde woorden en structuren zo correct mogelijk zelfstandig leren gebruiken.

 

Dat betekent niet noodzakelijk dat elk woord in elke toetscontext foutloos uit het hoofd geschreven moet worden. Het betekent wel dat we leerlingen stap voor stap helpen om de basiswoordenschat actief te verwerven en te gebruiken.

 

De woordenlijst Frans (GAW) die bij de doelenset hoort, is bindend. Er wordt verwacht dat leerlingen deze woordenschat op het einde van het zesde leerjaar bezitten. Tegelijk is het belangrijk om woordenschat niet uitsluitend als losse woorden aan te bieden, maar steeds in een betekenisvolle context.

 

Ook vertalen maakt deel uit van de nieuwe leerlijn. Leerlingen leren bijvoorbeeld eerst een beluisterde zin begrijpen, vervolgens de betekenis ervan noteren en later een eenvoudige zin naar het Nederlands vertalen. Waar dit aansluit bij de behandelde doelen, wordt die vaardigheid ook geëvalueerd. Dat betekent dus niet dat leerlingen in elke toets of voor alle aangeboden woordenschat moeten vertalen.

 

De keuze voor één nieuwe toets vertrekt vanuit die nieuwe accenten. We willen jullie ondersteunen om leerlingen naar dat niveau te begeleiden. Misschien vraagt de overgang een aanpassing in jullie denken, maar de bedoeling is duidelijk: leerlingen een stevige basis bieden, de lat voldoende hoog leggen en hen zo goed mogelijk richting die lat – en liefst erover – helpen.

Wat met kinderen die extra ondersteuning nodig hebben?

“En wat doe je dan met kinderen met dyslexie?” “En wat met de kinderen voor 1B?”, horen we jullie zeggen. Terechte vragen.

 

De minimumdoelen bieden alle leerlingen toegang tot dezelfde basisvorming. Leerlingen met specifieke onderwijsbehoeften kunnen echter nood hebben aan redelijke aanpassingen, compensatie of hulpmiddelen. De school en de klassenraad bepalen, op basis van de onderwijsbehoeften van de leerling, welke ondersteuning passend is.

 

Wij bij ZOUFFF! beslissen niet welke maatregel voor een individuele leerling nodig is. Dat is aan jou, je collega’s en de school, binnen de gemaakte afspraken en rekening houdend met de onderwijsbehoeften van de leerling.

 

Zo kun jij er bijvoorbeeld voor kiezen om:

  • de woordenlijst te laten gebruiken wanneer je niet de actieve reproductie van woordenschat beoordeelt;
  • de Kit de survie te laten gebruiken om iets op te zoeken (VOC/GRAM);
  • de toets aan te passen zodat slechts enkele woorden ingevuld moeten worden;
  • de toets te laten voorlezen;
  • extra tijd te geven;

 

Belangrijk is wel dat vooraf duidelijk is welk doel je wilt evalueren en dat de gekozen ondersteuning verenigbaar is met dat doel. Een hulpmiddel kan de toegang tot een toets verbeteren, maar mag niet ongemerkt het doel vervangen dat je eigenlijk wilt beoordelen. Een woordenlijst gebruiken bij een toets die juist nagaat of leerlingen bepaalde woorden zelfstandig uit het geheugen kunnen oproepen, verandert bijvoorbeeld wat je meet.

 

Maak daarom op school duidelijke afspraken over de maatregelen die je inzet en vermeld die ook. Daarnaast blijft het belangrijk dat leerlingen geregeld zonder hulpmiddelen oefenen en geëvalueerd worden, wanneer dat past bij het doel en bij hun onderwijsbehoeften.

 

Leerlingen met dyslexie kunnen nood hebben aan specifieke ondersteuning en redelijke aanpassingen. Tegelijk blijven gerichte inoefening, lezen en schrijven belangrijk, afgestemd op hun mogelijkheden. Blijf kinderen dus gepast uitdagen en blijf proberen om hen zo veel mogelijk richting de minimumdoelen te begeleiden.

 

Voor leerlingen met een individueel aangepast curriculum selecteert en concretiseert de klassenraad doelen vanuit de minimumdoelen. Ook daar is het belangrijk om niet alleen naar de toets te kijken, maar naar het bredere onderwijsaanbod en de individuele doelen van de leerling.

Klaar voor het secundair?

Hoe het er nu in het secundair toegaat, blijft voor de meesten onder ons in het vijfde en zesde leerjaar belangrijk. We willen onze leerlingen immers goed voorbereiden.

 

Tegelijk moeten we voorzichtig zijn met een rechtstreekse vergelijking tussen de verwachtingen in het basisonderwijs en die in de eerste graad van het secundair. Het gaat om verschillende doelensets en onderwijsniveaus. Bovendien zal ook het secundair onderwijs verder hervormd worden.

 

De nieuwe minimumdoelen Frans bepalen wat leerlingen op het einde van het zesde leerjaar minimaal moeten kennen en kunnen. Ze schrijven niet voor welke voorkennis elke leerling op elk moment in het secundair moet hebben. Wel zullen de nieuwe doelen op termijn invloed hebben op de voorkennis waarmee leerlingen naar het secundair onderwijs doorstromen. Hoe groot dat effect precies wordt, zal afhangen van de implementatie in de scholen en van de verdere hervorming van het secundair onderwijs.

 

Wat er nu in het secundair gebeurt, blijft ons dus interesseren, want we willen dat leerlingen er zo goed mogelijk op voorbereid zijn. Maar de belangrijkste opdracht vandaag is ervoor te zorgen dat leerlingen in het basisonderwijs een stevige en bruikbare basis verwerven.

 

Laten we dus vooral focussen op het baanbrekende werk dat we met zijn allen aan het doen zijn in het basisonderwijs: een stevige omwenteling en hervorming, stap voor stap en spiraalsgewijs opgebouwd. Met veel herhalen, veel voorkennis activeren, talrijke kenniskapstokjes die telkens iets toevoegen, een sterke focus op lexicale en grammaticale kennis, en voldoende kansen om die kennis in communicatieve vaardigheden te gebruiken.

 

Laten we evalueren wat we hebben aangebracht en geoefend, met verschillende evaluatievormen en met aandacht voor kennis én communicatie. En laten we weldoordachte maatregelen nemen voor die kinderen van wie jij vindt dat ze die nodig hebben.

 

Zo helpen we samen alle leerlingen stap voor stap naar een stevige basis in het Frans.