Hoe ga je aan de slag volgens de principes van Expliciete Directe Instructie (EDI) in Taaltoer – ik lees met hup en aap?

In Taaltoer – ik lees met hup en aap gaan we didactisch aan de slag met de Expliciete Directe Instructie (EDI)Dat betekent dat elke les een duidelijke opbouw volgt, waarbij je als leerkracht nieuwe leerinhouden stap voor stap aanbrengt, samen inoefent en pas daarna de leerlingen zelfstandig laat verwerken. Zo krijgen alle leerlingen maximale kansen om de lesdoelen te bereiken. 

Een vaste lesopbouw

Elke les bestaat uit drie herkenbare fasen. 

 

Start 

  • Je activeert de schoolse voorkennis.  
  • Je gebruikt gerichte werkvormen waarbij alle leerlingen actief deelnemen.  
  • Via de bordles formuleer je het lesdoel, zodat leerlingen weten wat ze aan het einde van de les moeten kennen of kunnen.  

 

Kern 

  • Je modelt de nieuwe leerinhoud.  
  • De verantwoordelijkheid verschuift geleidelijk van leerkracht naar leerling (ik – wij – jullie – jij).  
  • Je controleert eerst of de leerstof voldoende begrepen is voordat leerlingen zelfstandig oefenen.  

 

Afronding 

  • Je blikt samen terug op de les.  
  • Je controleert of de leerlingen de leerstof beheersen.   
  • Je herhaalt de belangrijkste leerinhouden.  
  • Je koppelt terug naar het lesdoel en, waar mogelijk, naar de startzin van het thema.  

Ook leren lezen verloopt volgens EDI

De lessen vlot en vloeiend lezen volgen steeds dezelfde herkenbare routine. 

 

Je introduceert eerst een nieuw sleutelwoord, waarna je dit samen analyseert en inoefent. Daarna passen de leerlingen het geleerde toe met gekende letters en letterclusters. Door deze vaste aanpak weten leerlingen precies wat er van hen verwacht wordt en ontstaat er veel rust tijdens de leeslessen. De Directe Systeemmethode (DSM) sluit hier dus mooi bij aan.  

De handleiding helpt je om volgens EDI les te geven

Elke les start met een overzicht waarin je meteen ziet: 

 

  • de lesdoelen;  
  • de voorkennis die je activeert;  
  • het nodige materiaal;  
  • de themawoorden; 
  • differentiatiemogelijkheden;  
  • een uitgewerkt lesverloop volgens de EDI-structuur;  
  • een handige samenvatting “In het kort”. 

 

Zo zie je vóór de les meteen wat het doel is, hoe je de instructie opbouwt en waar je kan differentiëren. 

Actieve betrokkenheid van alle leerlingen

Tijdens de lessen wordt voortdurend nagegaan of leerlingen de leerstof begrijpen. Bordlessen, vaste routines, gerichte vragen en begeleide inoefening zorgen ervoor dat alle leerlingen actief deelnemen voordat ze zelfstandig aan de slag gaan.  

Differentiëren binnen dezelfde les

Taaltoer – ik lees met hup en aap kiest voor convergente differentiatie. In de eerste vier thema’s werken leerlingen met twee sterk op elkaar afgestemde leessporen. Vanaf thema 5 werkt de volledige klas opnieuw in hetzelfde leeswerkschrift, met voldoende mogelijkheden om binnen de les te differentiëren. Daarnaast bieden het hup-uurtje, de woordenmaker, de letterschuif en Bingel extra kansen om leerlingen gericht te ondersteunen of uit te dagen. Zo blijft de klasgroep zo lang mogelijk samen leren. 

 

Dankzij deze vaste structuur weten leerlingen wat er van hen verwacht wordt en kan jij als leerkracht doelgericht lesgeven met voldoende ruimte voor ondersteuning en differentiatie.