Hoe werkt Traject Nederlands?

 
Banner_summerschool_vak_website3

Elk deel van Traject Nederlands is opgebouwd rond een werkwoord. De verschillende onderdelen van elk deel haken daar op een ingenieuze manier op in. Zo blijft een leerling geboeid door de Nederlandse taal en bieden we in elk hoofdstuk een duidelijke structuur waarin de leerling niet verloren loopt.

In elk deel hebben we oog voor differentiatie, communicatief taalonderwijs, zelfsturend leren en literatuur.

  1. Intrigerend beeld
    Elk deel start vanuit een werkwoord. Intrigerend, niet? Een beeld zegt meer dan duizend woorden. Daarom begint elke nieuw deel met een sprekend beeld, gelinkt aan het werkwoord. De vragen onder het beeld geven aanzetten om leerlingen te laten kijken naar beelden, compositie, perspectief, kleurgebruik … Kortom, een ideaal moment om met je leerlingen te werken rond beeldgeletterdheid.

  2. Uniek kort verhaal
    De korte verhalen brengen op een onverwachte manier literatuur binnen de klasmuren. De korte verhalen staan op zich en zijn op maat geschreven van Traject Nederlands. Geen losse uittreksels van boeken, maar echte jeugdliteratuur.

    Bij elk verhaal heb je de mogelijkheid om het verder uit te diepen. Op diddit kun je telkens extra beeldmateriaal vinden bij het verhaal met een interview van de schrijver. Daarnaast bieden we verwerkingsopdrachten aan. Op die manier kun je zelf kiezen hoe je het verhaal wilt gebruiken in je klas.

  3. Les
    Elk deel bevat vier tot zes lessen. Een les duurt meerdere lesuren. Elke les start met een leuke titel en een overzicht van het traject dat de leerlingen samen met jou zullen afleggen. Vaardigheden spelen een belangrijke rol in de leerwerkboeken. Aan de hand van stappenplannen en duidelijke oefeningen helpen we de leerlingen om te werken aan hun luister-, spreek- en kijkvaardigheden.


    Onze auteurs zochten naar authentieke, originele beelden en teksten, met aandacht voor verschillende tekstsoorten. In de les heb je regelmatig de kans om te werken met alternatieve teksten, afhankelijk van het niveau en de interesses van je leerlingen. In de lessen kun je telkens overzichtelijke kaders terugvinden die de leerling begeleiden met leerstof, leerstrategieën …

  4. Pitstop
    Elke les eindigt met een pitstop. In de pitstop houden de leerlingen even halt. Via een communicatieve, doelgerichte opdracht gaan ze er creatief aan de slag op hun niveau met de geziene leerstof. Alles komt nu mooi geïntegreerd samen aan de hand van de OVUR-strategie.

    De pitstop is kort, realistisch en speelt in op een succeservaring bij elke leerling! Opnieuw kun je er regelmatig differentiëren en verschillend bronmateriaal kiezen of leerlingen verschillende opdrachten geven, naargelang hun niveau. Op het einde van de pitstop krijgen de leerlingen de kans om na te denken over hun eigen kennen en kunnen van de les.

  5. Uitdaging
    Elk deel sluiten we af met een uitdaging. Alle kennis en vaardigheden van de lessen worden gebundeld in die grote communicatieve opdracht. Over verschillende lesuren heen werk je samen met je klas aan dat project. Als leerkracht kun je de uitdaging vrijblijvend inzetten. Alle leerplandoelen worden bereikt met de pitstops, maar met de uitdaging kun je ervoor kiezen om met je klas daar nog dieper op in te gaan. Zo kies jij als leerkracht wie aan het stuur zit.

  6. De laatste ronde
    In dit onderdeel focussen we extra op woordenschat. Alle moeilijke woorden en de schooltaalwoorden van het deel worden ingeoefend aan de hand van leuke oefeningen en creatieve opdrachten. Een lijst van de moeilijke woorden die aan bod kwamen in het deel vinden jij en je leerlingen terug op diddit, met een duidelijke aanduiding van de schooltaalwoorden. Die woorden vormen de basis voor de oefeningen van de laatste ronde. Bovendien biedt diddit nog extra reeksen oefeningen aan op die moeilijke woorden.

  7. Routeplanner
    Bij drie delen kun je na het korte verhaal de routeplanner terugvinden. We bieden die optie vrijblijvend aan, zodat je zelf kunt bepalen of je dat in je klassen wilt gebruiken. Via de routeplanner laat je jouw leerlingen begeleid zelfstandig leren. Duid samen met je leerlingen (klassikaal of individueel) aan welke oefeningen en opdrachten ze mogen/moeten maken. Zij gaan dan aan de slag en kiezen zelf de volgorde van de lessen. Jij hebt de mogelijkheid om leerlingen individueel te coachen. Het uiteindelijke doel van de lessen blijven hetzelfde: de pitstops.