1 boek, 5 projecten, 16 sporen

In het eerste jaar kan je aan de slag met 5 projecten, waarin telkens een van de 5 ervaringsgebieden uit het leerplan centraal staat. Elk project bevat minimum 3 verschillende sporen, zodat je de uitwerking van de realisaties kan kiezen die het best aansluit bij de samenstelling van jouw klas(sen), de logistieke mogelijkheden en beschikbare materiaal van jouw school.

Hieronder vind je de 5 projectomschrijvingen, de verschillende sporen en enkele inkijkvoorbeelden. In 2020 komen er nog 5 projecten bij.

Make some noise

Hoofdervaringsgebied(en): energie

In dit project gaan de leerlingen onderzoeken hoe een luidspreker werkt. Ze gaan zelf een luidspreker ontwerpen en maken. Door bepaalde vragen te stellen, laten we lln. ontdekken dat niet elk apparaat dezelfde kwaliteit van geluid geeft, dat een luidspreker het geluid kan versterken en verbeteren, en we laten hen op het einde van deze fase formuleren hoe ze kunnen achterhalen hoe een luidspreker werkt. Met behulp van een aantal onderzoeksopdrachten, leren de leerlingen een aantal basisbegrippen kennen van geluid en elektriciteit, die ze moeten begrijpen voor ze kunnen starten met het maken van een luidspreker. 

In Make some noise zijn er 3 sporen:

  • Spoor 1 is heel gestuurd. De leerlingen volgen een kant-en-klaar stappenplan om een complete luidspreker te maken.
  • Spoor 2 is minder gestuurd, met een minder uitgebreid stappenplan.
  • Bij spoor 3 ​kunnen de leerlingen eigenlijk de klankkast volledig zelf ontwerpen, om zo de creativiteit de vrije loop te laten.
Proefthema Make some noise
On the road

Hoofdervaringsgebied(en): biotechniek

Biotechniek is altijd een moeilijk toepassingsgebied. Voorbeelden die steeds terugkomen zijn het bereiden van voeding, zoals pannenkoeken bakken of confituur maken. Vaak is dit op vlak van infrastructuur en/of voedselhygiëne niet zo eenvoudig in de klas. Bovendien is het duidelijk dat er niet bij elk ervaringsgebied letterlijk iets gemaakt moet worden. Vandaar de keuze om een project uit te werken waar leerlingen al onderzoekend ontdekken hoe ze voedsel zelf (duurzaam) kunnen verpakken en met welke factoren ze allemaal rekening moeten houden tijdens dat proces.
Om aan te sluiten bij hun leefwereld is het project volledig opgebouwd rond het voorbereiden van een trektocht, waarbij ze hun eigen lunchpakketten moeten meenemen, zoals bij de scouts, chiro, ksa enz. Aan het einde van het project zijn ze dus in staat om te kiezen voor de meest geschikte verpakking voor hun lunchpakket, dat ze in de meest optimale omstandigheden kunnen bewaren (beschermen tegen hevige temperatuurschommelingen, schokken tijdens het wandelen ...).

Via een uitgewerkt voorbeeldstappenplan leren ze hun voedselpakket verpakken (eten vacuüm verpakken, gerecycleerde verpakking maken, eigen papieren verpakking maken.) Om hun lunchpakket ook te voorzien van de nodige informatie rond bewaring en houdbaarheid, leren alle leerlingen een eigen etiket ontwerpen, waarbij ze verschillende ICT-doelstellingen realiseren. Op deze manier worden ook binnen het vak techniek enkele leerplandoelstellingen voor ICT bereikt. De ondersteuning voor de leerkrachten bestaat uit de onderzoeksopdrachten die in de handleiding uitgewerkt zullen worden als voorbeelden met foto's. Indien leerkrachten door omstandigheden (financieel of tijd) toch bepaalde onderzoeken niet zelf kunnen uitvoeren, kunnen de vaststellingen bekeken en geanalyseerd worden aan de hand van foto's.

Met dit project moet er geen angst meer zijn om buiten je comfortzone te gaan of te veel het bio-aspect te benaderen. Hier wordt ‘bio’ meer vanuit techniek benaderd, zoals het gelukkig nu ook in het leerplan duidelijker is met de naam ‘biotechniek’ in plaats van ‘biochemie’. Voor dit project zijn er geen aan te kopen materialen nodig. Het project kan volledig met recyclagemateriaal voltooid worden.

De 3 verschillende sporen in 'On the road' 

  • Spoor 1: leerlingen leren zelf met een vacuümmachine een lunch vacuüm verpakken. 
  • Spoor 2: leerlingen maken zelf een duurzame, ecologische verpakking (foodwrap) van bijenwas om hun lunch in te bewaren.
  • Spoor 3: leerlingen ontwerpen een eigen verpakking (broodzak) uit gerecycleerd materiaal om hun lunch te bewaren.

Proefthema On the road
Under construction

Hoofdervaringsgebied(en): constructie

Het project 'Under construction' laat leerlingen kennismaken met verschillende soorten materialen; uiteindelijk gaan ze aan de slag met hout. Doorheen het project leren de leerlingen over hout en proeven ze ook van een basis houtbewerking. Waarom hout? Hout is een dankbaar en eenvoudig te bewerken materiaal, waar iedereen ook thuis mee aan de slag kan gaan zonder al te veel gereedschappen. We kiezen voor het maken van een opbergkoffer. Ondanks de opbouw naar een opbergkoffer, ligt de flexibiliteit van de leerkracht in het zelf kiezen van een werkstuk vervaardigd uit hout. Leerkrachten kunnen reeds bestaande of eigen houtcreaties gebruiken tijdens hun lessen. Via het vademecum kunnen leerkrachten en leerlingen het gebruik van verschillende gereedschappen raadplegen. Via stappenplannen kunnen leerkrachten verschillende sporen volgen van de opbergkoffer of aan de hand van deze stappenplannen en technieken een eigen werkstuk ontwerpen. Op deze manier is er veel flexibiliteit en ruimte voor differentiatie

In Under construction zijn er 4 sporen voorzien:

  • Spoor 1 is heel gestuurd. De leerlingen maken een opbergkoffer met behulp van een stappenplan, foto’s en bijhorende technische tekeningen. 
  • Spoor 2a en 2b zijn al iets minder gestuurd. De leerlingen maken een open koffer met behulp van een stappenplan en bijhorende technische tekeningen.
  • Bij spoor 3 maken de leerlingen een werkkoffer enkel met behulp van de bijhorende technische tekeningen.
  • Bij spoor 4 mogen de leerlingen hun eigen koffer ontwerpen en zullen zij hun eigen technisch proces goed moeten bewaken.

De sporen bij Under construction

 


Proefthema Under construction
Scratch your game

Hoofdervaringsgebied(en): ICT

Gamen is voor heel wat jongeren een belangrijke bezigheid. Het is dan ook aangewezen om zowel de positieve, als de negatieve gevolgen die het met zich kan meebrengen eens te bekijken. Vele dromen er stiekem van om als beroep games te ontwikkelen. In deze bundel gaan we de eerste stappen zetten. Leerlingen gaan hun eigen (vang)spel programmeren en optimaliseren waar nodig.

Scratch your game is opgebouwd uit verschillende en gevarieerde opdrachten. De opbouw is zo opgesteld, dat leerlingen die al vertrouwd zijn met Scratch dit project zelfstandig kunnen doorlopen. Ondertussen kan de leerkracht met de andere leerlingen alles klassikaal doorlopen. Dit biedt de mogelijkheid om tijdens de lessen te differentiëren. Door de variatie in het aanbrengen van opdrachten, komen ook enkele STEM-doelen aan bod. Als alle opdrachten goed doorlopen zijn, krijg je een eenvoudig vangspel als eindresultaat. De leerkracht kan daarna zelf beslissen of de leerlingen nog zelf aan de slag gaan om op eigen tempo een nieuw (vang)spel te maken. Er is dan de keuze uit drie sporen met elk een andere moeilijkheidsgraad.
Ter ondersteuning bieden we o.a. ontdekplaten aan waar extra informatie terug te vinden is i.v.m. het programmeerprogramma Scratch. 

In Scratch your game kan je aan de slag met 3 verschillende sporen 

  • Spoor 1 is qua moeilijkheid te vergelijken met het vangspel dat de leerlingen tijdens de opdrachten hebben gemaakt. Hier en daar zijn kleine aanpassingen toegevoegd om niet helemaal hetzelfde te maken.
  • Bij spoor 2 moeten de criteria uit spoor 1 aan bod komen, uitgebreid met extra vereisten. Dit vraagt wat extra denkwerk van de leerlingen. 
  • Spoor 3 is een opdracht voor leerlingen die een extra uitdaging kunnen gebruiken. De moeilijkheidsgraad ligt hier hoger dan bij spoor 1 en 2. De meeste criteria van spoor 1 en 2 komen terug, met als extra dat leerlingen nog zelfgekozen acties, objecten … moeten toevoegen.
Proefthema Scratch your game
Let's move

Hoofdervaringsgebied(en): transport en energie

In dit project trachten we na te denken over hoe we bewuster kunnen omspringen met transport. De leerlingen krijgen ook meer inzicht in hoe we zonder fossiele brandstoffen tot beweging kunnen komen. Uiteindelijk zullen ze zelf een elektrowagen moeten realiseren.

In dit project komt de probleemstelling maar heel kort aan bod. De realisatie van de leerlingen kan getest worden met bijhorend rekenwerk. Het kan daarom een meerwaarde zijn om bij de motivatie of probleemstelling het testparcours al op te stellen om de leerlingen te prikkelen. De leerkracht heeft in dit project de flexibiliteit om de ontwerpfase en/of de realisatie te doen. De realisatie kan volgens een stappenplan gebeuren of door een meer open opdracht waarbij de leerlingen zelf iets moeten ontwerpen. Het ontwerpen zal meer tijd in beslag nemen dan de onderzoeksopdrachten zelf.  Leerkrachten kunnen opteren om de leerlingen allemaal een basis elektrowagen te maken of de leerlingen de vrijheid te geven om zelf iets te ontwerpen. De leerlingen kunnen in teams werken om tot een goede oplossing te komen van het probleem.

In dit project is optimalisatie en bijsturen heel belangrijk om tot een goede elektrowagen te komen. We prikkelen de leerlingen door de wagen ook effectief te onderwerpen aan een test van start tot finish. Leerlingen kunnen bij een defect het probleem achterhalen en de sterke leerlingen kunnen proberen hun realisatie te optimaliseren, door o.a. ook het koetswerk te ontwerpen en creëren. We ondersteunen de leerkrachten met een duidelijk stappenplan voor de elektrowagen (zowel basis als optimalisatie). Een testparcours kan je afdrukken en eventueel plastificeren. Dit maakt het allemaal nog echter voor je leerlingen!

In Let's move kan je kiezen uit 3 sporen

  • Spoor 1: een basiselektrowagen maken volgens een stappenplan.
  • Spoor 2: zelf een koetswerk ontwerpen dat op de basiselektrowagen kan gemonteerd worden. 
  • Spoor 3: de basiselektrowagen met koetswerk optimaliseren door de batterijhouder van 3V te vervangen door een exemplaar van 4,5V.

Bij elke stap is er aandacht voor het testen (op het raceparcours) en bijsturen (leerlingen zoeken het probleem waarom iets niet (goed) werkt). De leerlingen maken berekeningen rond snelheid en kunnen dit vergelijken met de andere stappen en/of klasgenoten om hierover na te denken. Uiteraard kunnen sterke leerlingen nog een stapje verder gaan, door aanpassingen te doen om hun wagen nog sneller te maken!

Proefthema Let's move