Poëzieweek 2026
Dit is de poëziepagina van TALENT in het kader van de poëzieweek 2026.
De poëzieweek is jammer genoeg alweer voorbij. Wij hopen van harte dat jullie, samen met jullie leerlingen, ervan genoten hebben. Wij alleszins wel!
We laten de gedichten, didactische suggesties en posters nog even op de website staan zodat jullie er nog verder mee aan de slag kunnen.
De leerkrachten die in de poëzieweek voor elk raadselgedicht een oplossing hebben ingestuurd, krijgen na de krokusvakantie nog een poëzie-verrassing via de brievenbus van de school toegestuurd.
Themaposter 'metamorfose'
Het themagedicht werd speciaal voor de poëzieweek 2026 geschreven door Geert De Kockere. Katrien Claes illustreerde het op meesterlijke wijze.
Elke school krijgt in januari 3 themaposters toegestuurd om poëzie zichtbaar te maken in de school. Wil je hem ook in je klas ophangen? Dan kan je hem hier downloaden en afdrukken op A3-formaat.
Didactische suggesties
We bieden je 5 didactische suggesties die je helpen om poëzie in je klas te brengen. Zet ze in tijdens de poëzieweek of hou ze bij om er op een ander moment mee aan de slag te gaan.
We wensen je er veel plezier mee!
Antwoorden
Elke dag verzamelen we de antwoorden van alle klassen die meedoen aan de raadgedichten.
Je vindt het volledige gedicht hieronder terug én een greep uit de inzendingen. Altijd leuk om er met je leerlingen de dag nadien nog eens over na te praten …
… en dan opnieuw aan de slag te gaan met het volgende gedicht.
Onze raadgedichten zijn geïnspireerd op www.raadgedicht.nl.
Onderbouw
Bovenbouw
Dag 1 - een greep uit de inzendingen
Een eend dreef
zalig op de plas en wist:
dit is wat ik goed kan.
Niet één rimpel
kwam er op het water,
geen kring, geen spat.
Ze streek,
zo leek het wel,
het water glad.
Toen kwam jij,
een wildebras,
De eend schrok,
vloog op van de plas,
en krak,
het water brak …
Geert De Kockere
Er werd gegist.
Er werd geraden.
Er kwamen dieren, mensen en wilde ideeën aangezwommen.
En ja hoor … er kwam poëzie.
In het gedicht van vandaag dobberen twee eendjes rustig op het water. Op het eerste gezicht lijkt het allemaal zacht en vriendelijk, maar jullie inzendingen laten zien dat jullie veel verder keken. Niet alleen naar wat je ziet, maar ook naar wat er kan gebeuren. En dat is knap gezien.
Heel veel klassen dachten aan dieren: van kikker, pad, vis en vogel tot grotere jongens zoals zwaan, reiger, wolf, haai en zelfs een STERKE KROKODIL. Het water en de oever zaten duidelijk vol leven. Andere inzendingen brachten er mensen bij: mens, mensje, kind, wandelaar, jager … en plots voelde het water niet alleen rustig, maar ook een beetje spannend.
We zagen mooie groepjes ontstaan. Sommigen kozen voor zachte beelden zoals regendruppel, spiegelbeeld, schaduw en plons — woorden die perfect passen bij water dat beweegt en glinstert. Anderen maakten het verhaal dreigender met gevaar, kogel, eendenvanger en zelfs gevaarlijke eendenjager. Jullie begrepen heel goed dat dit gedicht niet alleen over eendjes gaat, maar ook over hoe dichtbij iemand kan komen.
De allermooiste vondst? Die zat voor ons in de kleine zinnetjes zoals “een beetje dichterbij” en “stapje dichterbij”. Ze zeggen niet wie of wat er komt, maar je voelt het meteen. En dát is poëzie: woorden die iets laten gebeuren in je hoofd.
Dank je wel voor al die fantasie, durf en verbeelding.
Morgen dobberen we verder.
En wij zijn heel benieuwd wie of wat er dan weer dichterbij komt … 💛
Dag 2 - een greep uit de inzendingen
Weet je wat zo mooi is
aan het groeien?
Hetzelfde wordt anders
en wil gaan bloeien.
Van pimpelpaars
over okergeel
tot donkerrood,
wat klein is,
wordt steevast groot.
Woord voor woord
maak ik een lange zin
en schrijf er mezelf
dan vrolijk in.
Geert De Kockere
Wat een beweging zat er in jullie woorden 🌱
Bijna niets bleef hetzelfde. Alles leek te groeien, te verschuiven, te veranderen. Net alsof de woorden zelf een beetje aan het oefenen waren om iets anders te worden.
En dat is precies waar het gedicht van vandaag over gaat: verandering.
Over metamorfose.
Over hoe iets kleins langzaam iets nieuws wordt.
Jullie inzendingen pasten daar wondermooi bij. We lazen woorden die beginnen als een begin en eindigen als een bloei: zaadje, bloei, bloeien, bloemen, bloemetjes. Dat zijn woorden die tijd nodig hebben. Die zeggen: kijk maar goed, er gebeurt iets.
Ook de natuur veranderde mee: lente, tulpen, madeliefje, vlinder, vlindertje. Alles schuift op naar een volgende vorm. Niets blijft vast zoals het was.
En dan waren er de woorden over taal zelf: letters, woordjes, zinnen, gedichtje, verhaaltje. Letter per letter ontstaat er iets nieuws. Wat eerst leeg was, krijgt betekenis. Wat eerst stil was, begint te spreken.
Het juiste woord in het gedicht was mezelf.
Dat is een klein woord, maar met een grote verandering erin. Want op het einde van het gedicht schrijft de dichter zichzelf nog even binnen. Alsof hij zegt: na alles wat groeit, bloeit en verandert, ben ik er ook nog. Ik ben mee veranderd.
Jullie begrepen dat heel goed. Met woorden als mijn gedachten, mijn dromen, mijn verhaal lieten jullie zien dat verandering ook vanbinnen gebeurt.
De mooiste metamorfose is misschien deze:
dat een gedicht,
door één woord,
ineens persoonlijk wordt.
Dank je wel voor zoveel aandachtige, groeiende woorden.
Morgen weer een ander gedicht 🌼
Dag 3 - een greep uit de inzendingen
Klavertje vier
Ik was het gras
en jij een klavertje vier.
Ik hield jou vast,
want jij wou weg van hier.
Maar ik liet je niet gaan,
dus bleef je maar staan,
mooi als je was,
een viertje in het gras.
Toen kwam er een kind,
een bukketjepluk
met vindersgeluk.
Nu lig je alleen
met niets om je heen,
een klavertje vier
op sneeuwwit papier.
Geert De Kockere
Sommige gedichten voelen zacht aan.
Alsof je ze voorzichtig moet vasthouden met twee handen.
Dit was zo’n gedicht.
In het gedicht van vandaag gaat het over geluk. Maar niet over één groot, luid geluk. Nee. Over klein geluk. Over vinden, plukken, delen. En dat hebben jullie zó mooi begrepen.
Heel veel vrienden zochten het geluk in de natuur: in bloemen, gras, tulpen, meiklokjes, klavertjes en natuurlijk dat magische klavertje vier. Want dat weet iedereen: alleen is een klavertje al mooi, maar samen met vier blaadjes wordt het geluk. Puur poëzie.
We zagen ook hoe belangrijk handen zijn in dit gedicht. Jullie stuurden hand, handen, handjes, handjepluk en je handen. Dat past perfect, want geluk komt niet zomaar aanwaaien. Je moet het soms vastnemen, plukken of doorgeven. En hoe fijn is het dat er ook woorden als een boeketje in zijn hand en een mandje tussen zaten. Alsof iemand het geluk verzamelt om te delen.
En ja, de wind waaide overal door jullie woorden: veel wind, wervelwind, volle wind. Dat maakt het spannend, want geluk blijft niet altijd liggen. Soms vliegt het weg. Soms moet je het snel grijpen.
We werden extra warm van woorden als vindersgeluk, plukgeluk, plukkersgeluk en zoekgeluk. Ze zeggen allemaal hetzelfde: geluk is er, maar je moet het samen zoeken. En delen. Met een vriend, vriendjes, of zelfs zijn vriendje Luk (die naam paste wel héél mooi).
Onze favoriete vondst? Handjepluk.
Zo klein. Zo zacht. Zo juist.
Dank jullie wel voor zoveel fijne, voorzichtige, bloemengeurige poëzie.
Morgen zoeken we samen verder.
Dikke knuffel 🌼🍀
Dag 4 - een greep uit de inzendingen
In een vogelkastje
aan een vogelmuurtje
zit een vogelpietje
in zijn vogelvestje
op zijn vogelnestje.
En wat doet hij daar?
Hij broedt er
op een vogeleitje
uit zijn vogelpoepje
aan zijn vogellijfje
in dat vogelvestje
op dat vogelnestje.
En wat komt eruit?
Een vogelkindje
met een vogelkopje
in zijn vogelblootje
zonder vogelvestje
in dat vogelnestje.
Ach zo …
Ja! En daarom
blijft dat vogelkindje
in dat vogelkastje
aan dat vogelmuurtje
en wacht het heel verlegen
in dat vogelnestje
op zijn vogelvestje.
Geert De Kockere
Dag lieve woordverzinnertjes
Wat was dit een teder moment in de poëzieweek. Het gedicht van vandaag kijkt heel zacht naar het begin van het leven: een klein vogeltje, net uit het ei, nog zonder veren, een beetje bloot en kwetsbaar. En precies dat hebben jullie zó mooi aangevoeld.
Heel veel van jullie woorden gingen over dat prille begin: eitje, vogeleitje, eierdopje, dopje. Je ziet het haast gebeuren: krak, en daar is plots een lijfje, een buikje, een nekje. Nog een beetje blootje, naakie of veerloos lijfje, maar wel vol leven. Wat fijn dat jullie durfden kijken naar iets dat nog moet groeien.
We werden ook warm van alle woorden rond bescherming en zorg: nestje, vogelhuisje, vogelhokje, vogelbedje, zelfs vogelvilla. Jullie begrepen dat zo’n klein vogeltje niet alleen is. Dat het gedragen wordt, gekoesterd, omringd door liefde.
En dan die heerlijke verkleinwoorden… vogelsnuitje, vogelhartje, vogellijfje, vogelvelletje. Ze maken het gedicht nog zachter, nog liever. Alsof je vanzelf stiller gaat spreken wanneer je ze leest.
De mooiste vondst van vandaag? Veerloos lijfje. Dat ene woord zegt alles: hoe klein en kwetsbaar het begin is, en tegelijk hoeveel belofte erin zit. Want uit dat veerloze lijfje groeien straks vleugeltjes. En dan… vliegen maar.
Dank jullie wel voor al die zachte, zorgzame woorden. Morgen is het de laatste dag, maar vandaag was er heel veel poëzie om vast te houden. 💛
Dag 5 - een greep uit de inzendingen
Bekken
Huizen kunnen
vreemde bekken trekken.
Woest en ruw
kijken ze je aan.
Of verlegen van achter
een hekken.
En sommige zijn verkouden.
Met drupneuzen,
waaruit
regendruppels lekken.
Geert De Kockere
Het is dag vijf.
De laatste dag van de poëzieweek.
En wat voor één!
In het gedicht van vandaag gebeurt er iets heel bijzonders: huizen worden mensen. Of misschien is het andersom? Huizen krijgen neuzen, snuiten, tranen en zelfs een flinke verkoudheid. Een grappige en slimme vergelijking die jullie meteen begrepen hebben.
Wat een stortvloed aan woorden kwam er binnen! Heel veel klassen zagen die verkouden huizen duidelijk voor zich en stuurden woorden in als snotneuzen, loopneuzen, snottebellen, neusgaten, gootneuzen en snotgoten. Je ziet het zo gebeuren: regen die langs dakgoten en regenpijpen loopt alsof het snot langs een neus is. Ieuw… maar ook heel leuk!
Andere inzendingen maakten het beeld nog natter: druipramen, natte deurklinken, vochtplekken, regenwolken, water en tranen. Alles drupt, sijpelt en lekt, net zoals bij iemand die flink verkouden is. Jullie woorden lieten het gedicht echt leven.
Het juiste woord was drupneuzen.
Dat werd één keer ingestuurd. Knap gezien! Want drupneuzen past perfect bij die verkouden huizen, net als bij verkouden mensen.
En zelfs tussen al dat nat en gesnotter doken er warme woorden op zoals hart, liefde en geluk. Alsof jullie wilden zeggen: zelfs een verkouden huis kan nog gezellig zijn.
Dank jullie wel voor deze heerlijke, natte, grappige woorden.
Wat een prachtig einde van de poëzieweek.
En wie weet…
tot volgend jaar, met nieuwe woorden! 💛
Dag 1 - een greep uit de inzendingen
Twee vissen
zwommen op een dag,
toen de aarde
nog verlaten was,
in Gods verloren winterjas.
Op hun staarten
en hun kopjes tegeneen
stapten ze het water uit
en groeiden traag,
maar liefdevol aaneen.
Daarom heeft een mens
– kijk eens goed –
zulke mooie ronde ogen
en twee zachte lippen
om te zoenen wie we mogen.
Geert De Kockere
Er werd gegist.
Er werd gezocht.
Er werden grote woorden aangedragen.
En ja hoor: er kwam poëzie.
Het gedicht van dag 1 voor de bovenbouw is er eentje dat meteen groot durft te denken. Het gaat over ontstaan, betekenis en samenhang: hoe uit iets kleins een wereld kan groeien. Dat voelden jullie feilloos aan. Zó veel inzendingen cirkelden rond wereld, wereldje, wereldrijk en zelfs een zwembad van zijn koninkrijk — alsof jullie het gedicht telkens opnieuw uitbreidden.
Opvallend was hoe sterk water aanwezig was. Zee, oceaan, rivier, beek, vijver, waterland, wereldplas … Water als begin, als plaats waar alles stroomt en verandert. Dat past prachtig bij een gedicht waarin iets in beweging komt, waarin woorden niet stilstaan maar worden.
Andere klassen gingen meer naar binnen. Ze kozen voor hart, ziel, gedachten, gevoelens, liefdevolle ziel, hartslag en tranen. Daarmee lazen jullie het gedicht niet als een verhaal over de wereld buiten ons, maar ook over de wereld in ons. En dat is een sterke, volwassen lezing.
We zagen ook veel verbeelding: paradijs, paradijsje, hemel, schepping, eenhoorn, magie, droomwereld. Jullie maakten van het gedicht een plek waar alles mogelijk is, waar fantasie even belangrijk wordt als betekenis.
De allermooiste vondst? Die zat voor ons in woorden die beide werelden verbinden, zoals hartenzee, goudvissenliefdeszee en wereldje. Klein en groot tegelijk. Net zoals het gedicht zelf.
Dank je wel voor zoveel denkwerk, verbeelding en taalplezier. Dag 1 zette meteen de toon: dit wordt een week vol diepte. Morgen duiken we opnieuw — samen — de poëzie in.
Dag 2 - een greep uit de inzendingen
Molenwieken
Als reuzeninsecten
met ragfijne vleugels
staan molens op grote voeten,
neuzen in de lucht,
geduldig te wachten.
Op geschikt weer.
Om weg te kunnen wieken.
Ooit eens een keer.
Geert De Kockere
Wat een prachtige vlucht namen jullie woorden vandaag.
Bijna alles wat werd ingestuurd, keek omhoog. Naar de lucht. Naar de wolken. Naar wat kan vliegen — of dat toch heel graag zou willen.
Het gedicht van vandaag draait rond een bijzonder beeld: een molen.
Een stevig, zwaar ding. Met stenen voeten op de grond.
Maar eentje die droomt. Die zich even geen gebouw voelt, maar een reuzeninsect (dat was ook het jusite woord), een vogel, iets met vleugels.
En precies dát zagen we terug in jullie inzendingen.
Heel veel woorden gaven de molen vleugels: vogels (wel 134 keer ingezonden!), trekvogels, spreeuwen, reigers, pauwen, kolibries. Alsof de wieken plots echte vleugels werden. Alsof de molen niet meer hoeft te blijven staan waar hij altijd stond.
Andere inzendingen speelden met de tegenstelling: vlinder, libelle, rups in een cocon, insecten. Kleine, lichte wezens die dansen op de wind. Dat contrast met zo’n zware molen maakt het gedicht net zo sterk en poëtisch.
We lazen ook moderne dromen van vliegen: vliegtuig, straaljager, helikopter, zweefvliegtuig, raketten. Want de wens om te vliegen is van alle tijden. Van molens tot mensen.
En dan waren er nog de grootse fantasiewezens: pegasus, engelen, feniks, reuzen. Niet omdat ze bestaan, maar omdat poëzie dat mag: even doen alsof. Even loskomen van wat vaststaat.
Wat jullie heel goed aanvoelden, is dat dit gedicht niet zegt dat de molen écht zal wegvliegen.
Het zegt: stel je voor dat het kan.
En precies daar zit de kracht van poëzie.
De mooiste inzendingen waren dan ook die waarin de molen niet verandert, maar droomt. Waarin hij even niet gewoon een molen is, maar iets met vleugels.
Dank je wel voor deze verbeeldingsvlucht.
Jullie woorden hebben de wieken laten draaien —
en de molen ook even laten opstijgen.
Dag 3 - een greep uit de inzendingen
Wist je dat gras
zich kan verzamelen?
In je trui, in je haren,
in de zoom van je kleed.
Zelfs in je ondergoed.
En dan ’s avonds weer
tevoorschijn komen,
sprietjes voorbije dag.
Wat zeg je?
Gooi je die zomaar weg?
Herinnering die voor het grijpen lag?
Geert De Kockere
Soms blijft een dag niet in je hoofd zitten,
maar in je kleren.
Dat is waar dit gedicht over gaat. Niet over grootse avonturen of luid geluk, maar over een grassprietje dat je ’s avonds terugvindt. In je broek. In je jas. In een plooi van je trui. En plots… is die dag er weer.
Jullie hebben dat zó scherp gezien.
In heel veel inzendingen zat het idee van herinneren verstopt: herinnering, een mooie herinnering, een zomerse herinnering, herinneringsspriet. Dat past perfect bij het gedicht, waarin gras geen rommel is, maar een teken. Een bewijs dat je buiten was. Dat je leefde. Dat je iets deed wat de moeite waard was.
Het gras wordt iets om te koesteren. Iets kleins dat een hele dag meedraagt. Dat zagen we ook in woorden als aandacht, het moment, nu, waarde en zachtheid. Jullie begrepen dat het niet gaat om hoeveel gras er aan je hangt, maar om wat het vertelt.
We vonden het prachtig hoe jullie de natuur tot geheugen maakten: een snuifje groen, een groen sprietje, een klavertje vier als groene herinnering. Alsof elk sprietje fluistert: “Weet je nog?”
En ja, er waren ook kleren, lint, zakken, handen. Dingen die iets vasthouden. Net zoals wij herinneringen vasthouden.
Onze favoriete vondst blijft herinneringsspriet.
Omdat het exact zegt wat het gedicht doet: een klein stukje gras wordt een grote gedachte.
Dank jullie wel om zo aandachtig te lezen en zo teder te kijken.
Blijf dat doen. Koester wat blijft hangen.
Tot morgen 🌿
Dag 4 - een greep uit de inzendingen
Elk dier
heeft zo zijn gek menu.
Een kropje sla
of wat gemorste jus.
Een korstje brood
of langs de baan
een smeuïg hapje dood.
Een levend meesje
(ocharme dat beestje),
of een begraven hazelnoot.
Een stukje appel
of zo nu en dan een verse pier.
Of een bordje mier!
Pittig en zuur gekruid.
En dan lekker smullen,
buikje met al die kriebels vullen.
En wat lust jij,
klein mensje van mij?
Gekookt of rauw?
Zuurpruim of zoetekauw?
Geert De Kockere
Vandaag leek het wel alsof we samen door een wonderlijk kookboek bladerden. Geen mensenkeuken dit keer, maar een dierenkeuken. Het gedicht van dag 4 laat zien hoe ongelooflijk verschillend dieren eten. Wat voor de ene een lekkernij is, doet de andere misschien gruwelen. En precies dat hebben jullie fantastisch opgepikt.
Op jullie menu’s stonden mieren, wormen, krekels, sprinkhanen, slakken, pieren en insecten in alle mogelijke vormen. Soms rauw, soms pikant, soms heerlijk gekruid. Jullie woorden kruipen, kriebelen en knarsen bijna van het blad af. Dat is sterke beeldende taal.
Veel klassen speelden ook slim met het rijm. Woorden met -huid doken vaak op: dierenhuid, mensenhuid, spinnenhuid, slangenhuid, kippenhuid. Ze passen perfect bij het woord gekruid en houden het ritme van het gedicht mooi in evenwicht. Dat toont dat jullie niet alleen fantasie hebben, maar ook een goed oor voor poëzie.
Na al dat diereneten gebeurt er iets leuks in het gedicht: de blik draait om. Plots is de mens aan de beurt. Wat eet jij eigenlijk?
En daar kwamen woorden als frieten, fruit, salami, spaghetti, beschuit en noedels. Zo wordt duidelijk: iedereen eet anders. Dieren. Mensen. En dat is helemaal oké.
De vondst die vandaag alles samenvat? Een bordje met plezier. Want eten – net als poëzie – gaat niet alleen over wat op je bord ligt, maar over verwondering, smaak en samen genieten.
Nog één dag te gaan. Nog één keer laten zien hoe rijk woorden kunnen smaken. 🍎🐜✨
Dag 5 - een greep uit de inzendingen
M’n arm was een tak, zei P.,
en jij zat erop.
Ik ben zwaar, zei ik.
Ik hou je wel, zei P.
Ik weeg door, zei ik.
Ik ben sterk, zei P.
Ik kraak je wel, zei ik.
P. keerde zich om,
haalde z’n schouders op
en wandelde weg.
Moet je zelf weten,
zei P.,
jij zit erop.
Geert De Kockere
Dag vijf.
De laatste dag van de poëzieweek.
En wat voor een einde.
Het gedicht van vandaag is geen gemakkelijk gedicht. Het schuurt. Het kraakt. Het toont hoe keuzes gevolgen hebben. Hoe wat je doet, of net niet doet, kan wegen. In het gedicht hoor je het bijna letterlijk: kraak. Dat ene woordje dat alles doet kantelen. Eén keer ingestuurd, maar wél raak gezien. Knap.
Kraak is geen zacht woord. Het klinkt hard. Het zegt: hier gaat iets stuk. Hier heeft een keuze een barst achtergelaten. Het gedicht vraagt ons om die gevolgen niet weg te duwen, maar ze te dragen.
En toch …
jullie inzendingen gingen massaal een andere richting uit. En dat was opvallend. En mooi.
Waar het gedicht waarschuwt, kozen jullie voor vertrouwen.
Waar het gedicht kraakt, brachten jullie zorg.
Woorden als help, steun, bescherm, verzorg, omarm, knuffel, troost en helpende hand kwamen steeds opnieuw terug. Alsof jullie antwoordden: als het kraakt, dan vangen wij op. Alsof jullie zeggen: wij willen niet breken, maar herstellen.
Ook woorden als begrijp, hoor, zie, voel en respecteer tonen hoe aandacht en zorg evenzeer keuzes zijn. Keuzes die misschien geen lawaai maken, maar wél verschil.
Dat maakt deze laatste dag bijzonder. Jullie lazen het gedicht, zagen de breuk… en schreven er iets tegenover. Iets zachts. Iets hoopvols.
Dank jullie wel voor die keuze.
Voor deze woorden.
Voor dit sterke einde.
En misschien …
tot volgend jaar.
Maak kennis met Taaltoer
Taaltoer is onze nieuwe taalmethode van de kleuters tot en met het zesde leerjaar.
Taaltoer 2-6 wordt de opvolger van TALENT en Tijd voor Taal accent. Op basis van de feedback van honderden leerkrachten die met TALENT of Tijd voor Taal accent werken, ontwikkelen we Taaltoer.
In functie van de nieuwe minimumdoelen, (verwachte) leerplannen en het kennisrijke curriculum.
Zo legt Taaltoer een sterke thematische link met onze nieuwe methode voor de zaakvakken: Wereldwijzer.
Graag uitleg op school?