Een heldere structuur als houvast voor je leerlingen

Elk project werkt via dezelfde overzichtelijke structuur. Je leerlingen vertrekken vanuit verwondering over een maatschappelijk relevant probleem. Daarna werken ze aan een oplossing voor het probleem via het technisch proces. Zo krijgen ze dat proces gaandeweg helemaal in de vingers.

Techniek structuur TechnoScoop


WOW
Nog vóór het technisch proces start elk project met een Wow-pagina. Daarop vind je filmpjes, krantenartikels en ontdekplaten die je leerlingen zullen verwonderen en die de relevantie van het thema aantonen. We sloegen hiervoor o.m. de handen in elkaar met maker bij uitstek: Henk Rijckaert.

1. Behoefte/probleem
Nadat je hun aandacht te pakken hebt met de Wow-pagina, neem je je leerlingen verder mee in het verhaal door op zoek te gaan naar een heldere formulering van de probleemstelling. Dat doen we door het stellen van gerichte vragen, het bekijken van een reportage, enz. Je klasgroep vertrekt steeds vanuit de eigen leefwereld en de actualiteit. De probleemstelling wordt duidelijk geformuleerd in een rode kader aan het einde van deze fase.

2. Ontwerpen/Mogelijke oplossingen
Je leerlingen gaan nu op zoek naar mogelijke oplossingen voor het probleem. Aan de hand van didactisch doordachte onderzoeksopdrachten maken ze kennis met begrippen en vaardigheden die ze nodig zullen hebben om het project in de volgende fase te realiseren. Via diddit (zie verder) reiken we je heel wat extra tools aan om in te zetten tijdens de ontwerpfase.

3. Maken – In gebruik nemen/Testen – Evalueren/Bijsturen
Nadat je leerlingen hebben nagedacht over het ontwerp en mogelijke oplossingen hebben gezocht, gaan ze in de laatste fases van het technisch proces echt aan de slag.  Ze zoeken eerst naar de criteria voor een geslaagde realisatie. Vervolgens gaan ze maken, testen en bijsturen waar nodig. Omdat het een iteratief proces is en je leerlingen de stappen dus waarschijnlijk enkele keren zullen moeten doorlopen, hebben we ze bij elkaar ondergebracht. 
Elk project kan gerealiseerd worden volgens verschillende sporen (minstens 3 per project), op basis van de moeilijkheidsgraad en/of het beschikbare materiaal. De stappenplannen voor die sporen vind je op diddit.

Woordenlijst
Bij elk project vind je tot slot nog een woordenlijst met de belangrijkste begrippen. We voorzien ruimte voor de verklaring van de auteurs en voor een verklaring in eigen woorden.

 Handig voor onderweg

  • ‘Interessant om weten’-kaders: extra informatie en leuke weetjes - geen verplichte leerstof, gewoon … interessant om weten.
  • Mag het iets meer zijn: de sterkere leerlingen kunnen aan de slag met extra onderzoeksopdrachten. Die worden steeds aangekondigd met ‘Mag het iets meer zijn?’.
  • Tip-kaders: hier en daar geven we extra tips mee. Nuttige of relevante info om in te zetten in de onderzoeksopdrachten.